Wat kunnen we doen aan ‘Ja, Maar…..’ ? Aansluiten!

By 23 februari 2016Blog algemeen

Wat je zegt is onzin. Het zit zo….”  We horen dit zelden op de werkvloer, vermoedelijk omdat het in het sociale verkeer niet te verteren is. We hebben wel een formule gevonden waarmee je hetzelfde zegt, maar dan sociaal volledig geaccepteerd: ‘Ja, maar…’
“ Het lijkt mij dat we de ontwikkeling van dat programma beter kunnen uitbesteden omdat we de menskracht en de deskundigheid zelf niet in huis hebben”.
“Ja, maar dat is veel te duur”

We gebruiken  ‘Ja, Maar….’ om te negeren of te bestrijden wat de vorige spreker zei. In beide gevallen sluit de eerste spreker zich af voor de informatie die na het ‘maar’ op tafel komt met als gevolg dat de informatie-uitwisseling hapert.

Dat afsluiten gebeurt grappig genoeg niet doordat de andere spreker het niet met ons eens is, maar doordat we ons niet gehoord voelen. Wat we gezegd hebben lijkt in een luchtledige verdwenen en dat maakt dat we zelf niet meer openstaan voor nieuwe informatie.

Hoe zou het zijn als er een gesprekstechniek bestond waarin we eerst een inhoudelijk signaal konden geven dat we de ander gehoord hebben, voordat we daarop voortbouwen met onze eigen informatie? Er zou wel eens veel minder ruis in de communicatie kunnen komen. Gevolg: een betere informatie-uitwisseling.

Yvonne Agazarian (www.systemscentered.com) heeft een dergelijke gesprekstechniek voor groepen ontwikkeld in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw. Zij noemt de techniek ‘Functional Subgrouping’.  In een volgende blog ga ik verder in op deze fascinerende gesprekstechniek.

Nu gaat het vooral over stap één van ‘Functional Subgrouping’: ‘Aansluiten!’.
De essentie is dat we eerst aansluiten bij de ander voordat we onze eigen inbreng geven. Dat aansluiten doen we door samen te vatten wat de kern van de boodschap is. Bijvoorbeeld: ‘ik hoor je zeggen dat …’ Het gaat daarbij niet om een letterlijke herhaling, maar om het weergeven van het hart van de boodschap. We zien altijd aan de ontspanning in het gezicht van de ander of de aansluiting ‘klopt’.
“Het lijkt mij dat we de ontwikkeling van dat programma beter kunnen uitbesteden omdat we de menskracht en de deskundigheid zelf niet in huis hebben”.
“Ik hoor je zeggen dat we geen mensen en geen vakkennis hebben om dit zelf te doen en dat je er daarom liever mee naar buiten gaat. Ik wil in de afweging ook graag meenemen wat de kosten zijn van de verschillende opties”.

Aansluiten is net als meebewegen in Aikido (uitnodigen, meebewegen, richting geven en loslaten). Door actief mee te bewegen, verlaten we het ingesleten communicatiepatroon en komt er ruimte voor iets nieuws.
Ik ben iedere dag verbaasd over de kracht van aansluiten. Een workshop-deelneemster verwoordde het als volgt: “iedere keer als iemand de moeite neemt om de essentie van wat ik zeg, weer te geven, merk ik dat ik ontspan en open ben voor nieuwe informatie”.

Zodra de competentie ‘aansluiten’ de norm wordt in een organisatie of bedrijf, gaan mensen elkaar daarop aanspreken. “Zou je eerst op Jan willen aansluiten?” of “Ik voel me niet aangesloten door wat je zegt” of  “Ik wil daar graag op aansluiten”.  Het communicatieklimaat verandert daardoor: de ruis in de communicatie wordt minder en het informatiegehalte daarmee groter. Voor ‘Ja, maar….’ is geen plaats meer.

Wat doen we als we niet kunnen of willen aansluiten? Volgende blog verder.

blog overzicht