Is er ruimte voor een verschil?

By 23 februari 2016Blog algemeen

In organisaties en bedrijven is de tolerantie voor ‘verschillen’ beperkt. Conformeren is de norm, hoe stoer we soms ook zeggen van niet. Yvonne Agazarian (1) verklaart dit heel eenvoudig: ‘wij mensen hebben een hekel aan verschillen’. Als iemand in een vergadering een groot verschil inbrengt door een sterk afwijkend standpunt in te nemen, negeert de groep dat eerst, probeert de inbrenger vervolgens te bekeren om hem uiteindelijk verbaal aan te vallen.

Blijkbaar zijn grote verschillen moeilijk te integreren. Het voorstel van Agazarian bestaat er uit in een groep verschillen te onderzoeken onder de paraplu van iets waar je het juist wel over eens bent. Die paraplu noemt ze een subgroep.

Dit begint met aansluiten (zie vorige blog over ‘Ja, Maar…’). Ik sluit aan bij de ander door kort de kern weer te geven van wat zij zegt. Vervolgens bouw ik daarop voort. Als ik dit in een vergadering een tijdje doe, merk ik dat zich een ‘subgroep’ vormt van mensen die over iets ongeveer hetzelfde denken. Binnen die overeenkomst worden dan kleine verschillen onderzocht als mensen op elkaar voortbouwen. Zo worden alle kleuren van een standpunt onderzocht.

Stel, ik zit in die vergadering met een sterk afwijkend idee: ik ben het helemaal niet eens met de huidige ‘subgroep’ en ik kan daar niet op aansluiten. Kortom: ik heb een groot verschil. In de normale vergadersituatie knallen we ons verschil er gewoon in, liefst met een ‘Ja, Maar…. ‘. Helaas ben ik dan weer terug in de situatie dat de ander zijn grenzen sluit en de informatie niet meer wordt ontvangen (zie vorige blog).

Het voorstel van Agazarian bestaat er uit om de deelnemers aan de vergadering te vragen of er ruimte is voor het verschil. Eigenlijk vraag ik de subgroep die aan het werk is of zij hun onderzoek hebben afgerond en of hun grenzen open zijn voor een verschil: ‘Is er ruimte voor een verschil?’. Het kan zijn dat de subgroep nog verder wil onderzoeken. In dat geval houd ik mijn verschil nog even vast, tot die ruimte er wel is.

Op enig moment is de subgroep klaar met haar onderzoek en is er ruimte voor mijn verschil. Ik breng mijn verschil in en het magische is dat de groep het verschil gaat onderzoeken door aan te sluiten en voort te bouwen in plaats van zich er van af te sluiten (negeren) of het aan te vallen.

Het gehele proces heeft Agazarian ‘functional subgrouping’ genoemd, naar de functionele subgroepen die vanzelf ontstaan bij deze interactieregels. In het Nederlands noemen we dit ‘functioneel subgroepen’ waarbij subgroepen een werkwoord is geworden. In het bijgaande filmpje is schematisch weergegeven hoe het werkt.

De interactieregels van functioneel subgroepen zijn:
Persoon A: inbreng geven en afsluiten met ‘iemand anders?’
Persoon B: aansluiten door het hart weer te geven van wat A zei
Persoon B: vervolgens hierop voortbouwen (onderzoeken)
Persoon C: als je een verschil hebt zeggen: ‘ is er ruimte voor een verschil?’
Persoon C: als die ruimte er is, het verschil inbrengen, anders vasthouden
Persoon D: aansluiten en voortbouwen op het verschil van C

Deze interactieregels zijn niet zo gemakkelijk te introduceren in een zakelijke context. Het is op zichzelf een groot verschil met de gebruikelijke interactienormen. Verder houden wij mensen er niet van een groep toestemming te vragen om onze mening te kunnen geven.

Toch wordt er steeds meer mee geëxperimenteerd, met name in de VS, Engeland en Zweden. De resultaten zijn heel verrassend en positief. Ook in Nederland is er een groep die systematisch onderzoekt hoe deze interactiemethodiek kan helpen om informatie-uitwisseling te verbeteren (2).

In mijn werk zie ik dat organisaties die zich deze interactievorm eigen maken, bronnen aanboren waar andere organisaties niet bij kunnen en daardoor beter in staat zullen zijn te overleven, te ontwikkelen en te transformeren.

(1) Yvonne Agazarian, Systems-Centered Therapy for Groups, New York, 1997
(2) Stichting SCT Nederland

blog overzicht