Als een konijn in het schijnsel van koplampen

Iemand houdt een lang betoog tijdens een vergadering. Er valt geen woord tussen te krijgen. Ik voel me als een konijn in het schijnsel van koplampen. De spreker stort informatie over ons uit zonder af te tasten of het ook wordt ontvangen.

Shannon en Weaver (*) onderzochten hoe ruis en informatie zich tot elkaar verhouden in een informatiekanaal. De relatie is omgekeerd evenredig: hoe meer ruis, hoe minder informatie en omgekeerd. Ze gingen vervolgens op zoek naar de bronnen van ruis in communicatie en ze vonden er twee: overbodigheid (redundantie) en vaagheid.

Hoewel een lang betoog in een vergadering niet per se overbodigheid hoeft te bevatten, is dat toch vrijwel altijd het geval. Signalen waarop ik bij mezelf let als iemand een lang betoog houdt, zijn bijvoorbeeld: verveling, afdwalen, in gedachten blijven hangen op één punt dat gezegd is, me afvragen of en hoe ik kan ‘inbreken’ om zelf iets in te brengen. Kenmerkend is dat de informatie die de spreker wil overbrengen al na enkele zinnen niet meer bij mij aankomt en ik me met andere dingen ga bezighouden. Er ontstaat dus  hier een situatie waarin wel gezonden wordt maar niet ontvangen.

Een goede indicatie voor de mate waarin de informatie in een lang betoog wordt ontvangen, krijg je als je toehoorders vraagt de essentie ervan samen te vatten. Bereid je voor op slechte resultaten.

Een lang betoog in de context van een bespreking is dus ruis in de communicatie. Je zou kunnen zeggen dat de informatie die in het betoog verscholen zit, zo wordt ingepakt met woorden dat die niet meer te vinden is. Alsof je een hooiberg om een speld heen bouwt.

Als ik een lang betoog houd, ligt mijn focus op dat wat ík wil zeggen (zenden) en niet op dat wat de andere kant zou kunnen of willen ontvangen. Veel gebruikte uitdrukkingen als: ‘dat wil ik even gezegd hebben’ geven dat mooi weer. Alsof het feit dat iets gezegd is, op zichzelf betekenis heeft. Als je uitgangspunt is dat je alleen kunt samenwerken als je daadwerkelijk informatie uitwisselt, dan is focus op de ontvangst van uitgezonden informatie het uitgangspunt in plaats van de restpost.

Het konijn dat bevriest in het licht van die koplampen, kan zijn vrijheid alleen terugwinnen als hij een signaal geeft dat de informatie uit het betoog niet overkomt, zoals bijvoorbeeld: ‘ik wil je even stoppen, want mijn aandacht verslapt: kun je wat je wilt zeggen in één zin samenvatten?’

(*) Warren Weaver and Claude Elwood Shannon (1963). The Mathematical Theory of Communication. Univ. of Illinois Press. ISBN 0-252-72548-4.