Vraag niet wat je organisatie
voor jou kan doen, maar vraag
wat jij kunt doen voor je organisatie.

Wat betekent het dat je lid bent van je team en van je organisatie?
Gaat dat over je rechten of over wat je bijdraagt?
Door je steeds af te vragen hoe je kunt bijdragen aan het doel van je team of je organisatie, beoefen je de kunst van lidmaatschap.

 

Hoe draagt wat jij doet bij aan het doel
van je team en je organisatie?

Als je in je functionele rol bent, draag je bij aan het doel van je team. Soms raak je ergens door getriggerd en verval je in een ‘oude rol’. Vanuit die ‘oude rol’ nemen persoonlijke dingen de overhand. Dat het gebeurt is onvermijdelijk en overkomt ons allemaal. Hoe we weer loskomen van die ‘oude rol’ en terugkomen in onze functionele rol, is de kunst van lidmaatschap.

 

Hoe meer ruis in de communicatie,
hoe minder informatie je uitwisselt.

Er zijn drie bronnen van ruis in de communicatie:
vaagheid, overbodigheid en ja, maar.

Door systematisch deze bronnen op te sporen en te verzwakken in je team, beoefen je de kunst van lidmaatschap omdat je hierdoor de informatie-uitwisseling in je team versterkt.

 

Sluit eerst aan voordat je
je verschil inbrengt.

Door aan te sluiten bij je collega in plaats van deze aan of af te vallen, vergroot je de kans op open grenzen bij de ander en daarmee op informatie-uitwisseling.

Als je de ander op die manier centraal stelt, beoefen je de kunst van lidmaatschap.

 

Praat en handel je op basis van
aannamen of op basis van feiten?

‘Dit project zal wel vastlopen.’ ‘Hij denkt dat ik niet kan verkopen’ ‘Het team wil een andere baas.’

Als aannamen de basis zijn van de communicatie, is de realiteit ver weg en worden beslissingen niet genomen op basis van feiten.Dat je aannamen hebt, is normaal. Wat je ermee doet, is bepalend. Aannamen checken hoort bij de beoefening van de kunst van lidmaatschap.

1
1